Fiscale maatregelen Voorjaarsnota 2026

In de Voorjaarsnota 2026 zijn diverse (fiscale) maatregelen gepresenteerd die mogelijk impact hebben op ondernemers, werkgevers en particulieren. De voorgestelde maatregelen moeten nog in wetgeving worden omgezet. In dit bericht zetten wij de belangrijkste fiscale voorstellen voor u op een rij.

Inkomstenbelasting

Beperkte toepassing tabelcorrectiefactor

Voorgesteld wordt om van burgers een zogenoemde ‘vrijheidsbijdrage’ te vragen door de grenzen van de tariefschijven in 2027 en 2028 slechts beperkt mee te laten stijgen met de inflatie. Normaliter worden deze schijfgrenzen jaarlijks volledig geïndexeerd via de zogenoemde tabelcorrectiefactor. Doordat de correctie in deze jaren beperkt wordt toegepast, vallen inkomens sneller in een hogere tariefschijf, hetgeen leidt tot een verhoging van de belastingdruk.

Erf- en schenkbelasting

Intrekking wijziging waardering woning erf- en schenkbelasting

In de Miljoenennota 2026 werd voorgesteld om woningen voor de schenk- en erfbelasting niet langer te waarderen op de WOZ-waarde, maar op de waarde in het economische verkeer. Omdat de inmiddels uitgevoerde Uitvoeringstoets negatieve resultaten opleverde, is dit voorstel niet overgenomen in deze Voorjaarsnota. De WOZ-waarde blijft daarmee de maatstaf voor waardering.

Papieren schenking aangemerkt als opmerkelijke belastingconstructie

In de Voorjaarsnota is een lijst opgenomen met zogenoemde ‘opmerkelijke belastingconstructies’. Deze constructies zien op casussen waarbij de Belastingdienst opmerkt dat op bijzondere wijze gebruik wordt gemaakt van fiscale regelingen. De wetgever wil hierop reageren door deze constructies nader te onderzoeken en indien nodig aan te pakken.  Dit jaar staat ook de papieren schenking (schenking tegen schuldigerkenning) op die lijst wegens de potentieel uithollende werking van de erf- en schenkbelastinggrondslag. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar mogelijke maatregelen. Een verlaging van de rekenrente en belastingheffing over een fictieve verkrijging behoren tot de mogelijkheden.

Onzakelijke lening en lening met onzakelijke voorwaarden aangemerkt als opmerkelijke belastingconstructie

Aan de lijst met opmerkelijke belastingconstructies is tevens de onzakelijke lening en de lening met onzakelijke voorwaarden toegevoegd. Een onzakelijke lening kenmerkt zich door de omstandigheid dat een onafhankelijke schuldeiser deze lening – ook niet onder andere voorwaarden – niet zou verstrekken. Een lening met onzakelijke voorwaarden ziet op een lening die een derde wel zou verstrekken, maar niet onder de overeengekomen voorwaarden. Het verstrekken van een dergelijke lening kan in voorkomende gevallen leiden tot een uitholling van de schenkbelastinggrondslag, nu het belaste voordeel vanwege de huidige wetssystematiek niet altijd gelijk is aan het werkelijke behaalde voordeel.  Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar potentiële maatregelen, waarbij onder meer een belasting van de materiële bevoordeling wordt overwogen.

Vennootschapsbelasting

Verhoging Aof-premie

Ook ten aanzien van bedrijven wordt voorgesteld de zogenoemde ‘vrijheidsbijdrage’ te heffen, in dit geval in de vorm van verhoging van de Aof-premie. De Aof-premie betreft een verplichte bijdrage van de werkgever aan het Arbeidsongeschiktenfonds. De bijdrage bedraagt momenteel voor kleine werkgevers 6,27%, en voor (middel)grote werkgevers 7,63% van het werknemersverzekeringsloon. De verhoging zou gaan gelden voor beide tariefklassen.

Overdrachtsbelasting

Verlaging tarief overdrachtsbelasting voor woningen niet in eigen gebruik

Vanaf 1 januari 2026 geldt een tarief van 8% overdrachtsbelasting, voor woningen die door de verkrijger niet duurzaam als hoofdverblijf zal worden gebruikt. In de Voorjaarsnota wordt voorgesteld om dit tarief van 8% met één procentpunt te verlagen naar 7%. Het 2%-tarief en het 10,4%-tarief blijft ongewijzigd.

Vrijstelling overdrachtsbelasting transacties tussen woningcorporaties

Woningcorporaties die onroerende zaken binnen hun sociale huisvestingstaak aan elkaar overdragen betalen hier in voorkomende gevallen overdrachtsbelasting over. Omdat dit niet wenselijk wordt geacht, wordt voorgesteld om een vrijstelling op te nemen voor overdrachten van onroerende zaken binnen sociale activiteiten (Diensten van Algemeen Economisch Belang).

Omzetbelasting

Afschaffing laag btw-tarief op sierteelt

Momenteel geldt ter zake van de levering van sierteeltproducten (bloembollen, snijbloemen, planten en boomkwekerijproducten) het verlaagde btw-tarief van 9%. Het doel van de invoering van dit verlaagde tarief was destijds het betaalbaarder maken van bloemen en planten voor lagere inkomens en het stimuleren van hogere werkgelegenheid en omzet. Omdat het hanteren van een verlaagd tarief volgens het Ministerie hiervoor ondoelmatig blijkt, wordt voorgesteld om sierteelt met ingang van 2028 te gaan belasten onder het algemene 21%-tarief.

Invoering suikertaks

Voorgesteld wordt om met ingang van 2030 een heffing in te voeren op basis van het suikergehalte in bepaalde voedingsmiddelen. De heffing zou gaan plaatsvinden op het niveau van de producent, waarbij het zou gaan om voorverpakte voedingsmiddelen met een suikergehalte vanaf 6%. Naar verwachting zal de extra heffing door de producent worden doorberekend aan de consument.

Overige maatregelen

Uitstel mogelijkheid gedeelte pensioen ineens

Het voornemen bestond om per 1 juli 2026 de Wet herziening bedrag ineens in te voeren. Deze wet zou pensioengerechtigden in staat stellen bij aanvang van de uitkering ineens 10% van hun pensioen op te nemen. In de Voorjaarsnota wordt voorgesteld de invoering van deze wet uit te stellen tot 1 januari 2029.

Bevriezing aftoppingsgrens pensioengevend loon

Het maximum pensioengevend loon wordt met ingang van 2027 voor een periode van zes jaar bevroren en zal die jaren derhalve niet langer meestijgen met de inflatie. Dit maximum blijft tot en met 2032 daarmee vastgesteld op € 137.800. De subsidiering van de pensioenopbouw van de hoogste inkomens wordt hiermee beperkt.

Verlenging accijnskorting benzine

De accijnskorting die momenteel voor benzine geldt wordt verlengd tot en met 2027. De tarieven zoals die in 2026 gelden blijven daarmee van kracht: de accijns voor een liter benzine bedraagt € 0,84, voor een liter diesel € 0,55 en voor een liter LPG € 0,20.

Tot slot

Wij blijven de ontwikkelingen nauw volgen en houden u op de hoogte van nieuwe fiscale plannen. Mocht u naar aanleiding hiervan nog vragen hebben, neem vooral contact met ons op.

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?

Neem contact op
Deze website maakt gebruik van cookies.
Annuleren