Brief aan Tweede Kamer: toptarief box 2 omlaag, meer ruimte hypotheekrenteaftrek en vermogenswinstbelasting vanaf 2028
Op dinsdag 29 september stuurde minister-president Rob Jetten een aangepast begrotingsvoorstel naar de Tweede Kamer, met daarin een aantal opvallende wijzigingen in box 1, 2 en 3.
Box 1: Verhoging schijfgrens, verminderde afbouw algemene heffingskorting
Om tegemoet te komen aan de wens van diverse partijen om de koopkracht verder te verbeteren en werken meer te laten lonen, wordt voorgesteld de inkomensgrens voor het toptarief in box 1 te verhogen. Waar in box 1 eerst het inkomen vanaf € 78.426 tegen 49,5% belast wordt, wordt voorgesteld per 2027 deze grens te verhogen naar € 80.578. Een groter gedeelte wordt hierdoor belast tegen de tweede schijf, zijnde 38,16% (2026: 37,56%).
Belangrijk is dat dit ook impact heeft op diverse aftrekposten zoals o.a. de hypotheekrenteaftrek. Als gevolg van de aangekondigde wijzigingen kan in bepaalde situaties meer ruimte ontstaan voor de genoemde aftrekposten.
Naast deze maatregel wordt voorgesteld de algemene heffingskorting langzamer af te bouwen. Beide maatregelen treden in de plaats van de initieel voorgestelde verhoging van de arbeidskorting.
Box 2: Verlaging toptarief, afbouw excessief lenen
Voorgesteld wordt om voor een periode van vier jaren het tarief van de tweede schijf in box 2 met 1,8 procentpunt te verlagen naar 29,2%. De gedachte hierachter is dat ondernemers hierdoor eerder geneigd zijn hun vermogen uit de vennootschap te halen, wat de (uitgestelde) belastingopbrengsten naar voren haalt. De eerste schijf van 24,5% voor voordelen tot € 69.607 (2027, 2026: € 68.843), blijft ongewijzigd.
Een tweede maatregel om de belastingheffing naar voren te halen wordt gevonden in het verlagen van de maximumgrens voor het lenen bij de eigen vennootschap. Bij invoering van de maatregel in 2023 gold een maximum van € 700.000, per 2024 werd deze al afgebouwd naar € 500.000. Voorgesteld wordt om vanaf 2027 deze grens in vijf jaren verder af te bouwen tot € 100.000. In 2027 geldt dan een maximum van € 420.000, in 2028 van € 340.000, enzovoorts. Leningen ten behoeve van de eigen woning blijven uitgezonderd.
De voorgestelde wijzigingen maken het nóg relevanter om dividenduitkeringen en leningen bij de eigen vennootschap goed te timen. Wij denken graag met u mee over de juiste timing, neemt u hiervoor gerust contact met ons op.
Box 3: Invoering vermogenswinstbelasting, verlaging heffingsvrij vermogen, verhoging forfait voor overige bezittingen
Er is een knoop doorgehakt over box 3. In de brief wordt een novelle aangekondigd op het eerdere wetsvoorstel inzake box 3. Het is de bedoeling dat de nieuwe box 3 wetgeving in 2028 wordt ingevoerd.
Waar in het oorspronkelijke wetsvoorstel de meeste inkomensbestanddelen (met uitzondering van onroerende zaken en aandelen of winstbewijzen in start-ups en scale-ups) belast zouden worden middels een vermogensaanwasbelasting, wordt nu voorgesteld de vermogensaanwasbelasting per 2030 volledig los te laten en uitsluitend te heffen op basis van een vermogenswinstbelasting. Per 2028 zou dit al deels in werking moeten treden door vanaf dan de vermogenswinstbelasting uit te breiden naar alle financiële instrumenten (aandelen, obligaties, opties etc.). Onder een vermogenswinstbelasting wordt geheven op het moment waarop het vermogensbestanddeel wordt vervreemd. Bij een vermogensaanwasbelasting wordt jaarlijks de waardemutatie in de belastingheffing betrokken, ook als er nog geen sprake is van vervreemding.
Ter dekking van bovenstaande voorstel zal het heffingsvrije vermogen in box 3 worden teruggebracht van € 59.357 in 2026 naar € 30.846 in 2027. Per 2028 zal niet langer worden gerekend met een heffingsvrij vermogen, maar met een heffingsvrij resultaat van € 1.000. Dit houdt in bijna alle gevallen een verslechtering in ten opzichte van het heffingsvrije vermogen van dit jaar. Bij een rendement van 2% is vermogen feitelijk tot slechts € 50.000 vrijgesteld. Bij een rendement van 4% is vermogen feitelijk zelfs maar tot € 25.000 vrijgesteld.
Tot slot wordt voorgesteld het forfait voor overige bezittingen, bijvoorbeeld een tweede woning, verder te verhogen met 1,5 procentpunt in 2027. Voor 2026 is dit forfait gesteld op 6%. Bovenop de al eerder verwachte stijging van 0,37 procentpunt, komt het forfait in 2027 daarmee uit op 7,87%. Opvallend aan deze verhoging is dat het forfaitair rendement in beginsel wordt bepaald aan de hand van de werkelijke marktontwikkeling. Een kunstmatige verhoging ter dekking van de kosten past niet binnen deze systematiek. Uiteraard blijft ook voor 2027 de mogelijkheid bestaan tegenbewijs te leveren indien aangetoond kan worden dat in werkelijkheid minder rendement is behaald dan het forfait.
Vervolg
De komende dagen en weken zullen deze voorstellen nader besproken worden in de Kamer. Voor de novelle inzake box 3 geldt dat deze vóór 31 december 2026 aangenomen dient te zijn in de Eerste Kamer. Wij volgen de ontwikkelingen nauwgezet, en houden u op de hoogte.
