Wet fiscale stimulering start- en scale-ups ter consultatie voorgelegd
Recentelijk heeft het kabinet een wetsvoorstel gepresenteerd dat toeziet op de fiscale behandeling van werknemersparticipaties bij start- en scale-ups. De internetconsultatie is inmiddels gesloten en de reacties worden momenteel geëvalueerd. Wij informeren u graag over de inhoud.
Aanleiding
Het kabinet is van mening dat de economische positie van Nederland sterk wordt beïnvloed door de innovatie, productiviteitsgroei en vernieuwing die start- en scale-ups leveren. In dat kader wil het kabinet dergelijke bedrijven een stimulans geven om succesvol in Nederland te groeien. Om dit te bewerkstelligen is een wetsvoorstel voorbereid welke twee belangrijke maatregelen bevat. Allereerst is de definitie van start- en scale-ups herzien en verduidelijkt ten opzichte van de huidige definitie. Aanvullend worden voor werknemers en aandeelhouders van start- en scale-ups fiscale voordelen geïntroduceerd.
1. Wijziging definitie start- en scale-ups
Met het wetsvoorstel wordt een nieuwe definitie van start- en scale-ups geïntroduceerd binnen de loonbelasting. Onder een start- of scale-up wordt onder het wetsvoorstel verstaan ‘een inhoudingsplichtige die een onderneming drijft, die is gericht op snelle groei door middel van een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel dat zijn oorsprong vindt in innovatie’. Van een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel is sprake wanneer de onderneming de omzet kan laten groeien zonder een evenredige toename in kosten, mensen en middelen. Aanvullend wordt innovatie gedefinieerd als een technische vernieuwing of significante verbetering van producten, diensten, processen of technologieën. Op dit moment is nog onduidelijk welke criteria de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zal hanteren bij de toetsing van de nieuwe definitie.
Verder geldt dat voor kwalificatie als start- en scale-up de aandelen en winstbewijzen van de onderneming niet beursgenoteerd mogen zijn en dat niet meer dan 25% van de aandelen of winstbewijzen gehouden wordt door een beursgenoteerd lichaam.
2. Maatregelen ten aanzien van werknemersparticipaties
2.1 Potentieel uitstel loonheffing werknemersparticipaties start en scale-up
Start- en scale-ups belonen hun werknemers vaak gedeeltelijk met aandelenopties. Dit hangt samen met de doorgaans beperkte liquiditeit en het streven om werknemers te binden en hen te laten delen in de waardeontwikkeling van de onderneming. Indien een onderneming kwalificeert als start- of scale‑up, kunnen werknemers onder het wetsvoorstel aanspraak maken op een lagere loonheffing over het uit aandelenopties genoten inkomen. Het kabinet beoogt dit te realiseren door de belastbare grondslag te beperken tot 65% van het gerealiseerde voordeel, hetgeen resulteert in een effectief belastingtarief van circa 32%.
Deze loonheffing is pas verschuldigd op het moment dat de aandelen, welke uit de opties verkregen zijn, worden verkocht. Deze regeling wijkt af van het reguliere heffingsmoment voor de loonbelasting, dat doorgaans ligt op het moment waarop de onderliggende aandelen verhandelbaar worden. Het heffingsmoment verschilt om die reden, doordat de belastingheffing niet direct plaatsvindt bij verhandelbaarheid van de aandelen, maar pas op het moment van daadwerkelijke vervreemding, waardoor de liquiditeitspositie van de werknemer aanzienlijk wordt ontzien. Op verzoek kan alsnog worden gekozen voor heffing bij het verhandelbaar worden van de aandelen of bij de uitoefening van het optierecht.
Wanneer de belastingheffing verschuldigd is, dient de werkgever loonbelasting af te dragen, ook wanneer de werknemer op dat moment niet meer in dienst is. Wanneer dit het geval is dienst de werknemer de verschuldigde belasting aan de onderneming te voldoen, zodat de werkgever deze kan afdragen aan de Belastingdienst.
2.2 Vermogenswinstbelasting voor aandelen en winstbewijzen
Aanvullend worden aandelen en winstbewijzen in start- en scale‑ups onder het voorgestelde regime in box 3 belast volgens een vermogenswinststelsel, in plaats van een vermogensaanwasstelsel. In lijn met de werknemersparticipaties in de loonbelasting houdt dit in dat belastingheffing pas plaatsvindt op het moment waarop de aandelen of winstbewijzen daadwerkelijk worden vervreemd. Gedurende de periode waarin deze aandelen worden aangehouden, is geen box‑3‑heffing verschuldigd, anders dan bij reguliere aandelen. Hiermee wordt voorkomen dat belasting moet worden voldaan zonder dat daadwerkelijk opbrengsten worden gerealiseerd.
Conclusie
In bovenstaand bericht zijn de hoofdlijnen van het ter consultatie gelegde wetsvoorstel toegelicht. Tijdens de evaluatie van de reacties kan de inhoud worden gewijzigd. Het kabinet hoopt het definitieve wetsvoorstel in september aan de Tweede Kamer voor te leggen, waarna nog wijzigingen kunnen worden aangebracht door de fracties.
Heeft u nog vragen over de inhoud van het wetsvoorstel of de gevolgen daarvan voor u? Neem dan gerust contact met ons op.
