Novelle box 3: ingangsdatum uitgesteld tot 2029, tarieven in box 2 omlaag tot 23,5% en 29%
Op dinsdag 3 november heeft Staatssecretaris Eerenberg de (aangepaste) novelle Uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 aan de Tweede Kamer aangeboden. Voorgesteld wordt om de invoering van de (gedeeltelijke) vermogenswinstbelasting uit te stellen. Daarnaast wordt een alternatieve dekking voorgesteld via box 2.
Gedeeltelijke vermogenswinstbelasting verder uitgesteld
De novelle is eerder al voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Zij oordeelde dat invoering van het voorstel per 2028 niet verantwoord zou zijn en adviseert het hybride stelsel in het geheel achterwege te laten. Bovendien bleek uit zowel de uitvoeringstoets van de Belastingdienst als uit de signalen van diverse financiële instellingen dat uitvoering van een gedeeltelijke vermogenswinstbelasting vanaf 2028 niet haalbaar is.
De Staatssecretaris stelt daarom voor om de novelle niet in 2028, maar pas met ingang van 2029 in te voeren, tenzij in de komende weken zou blijken dat invoer per 2028 toch mogelijk blijkt. Om de stap naar een vermogenswinstbelasting zo snel mogelijk te zetten stelt het kabinet voor om de toepassing van de vermogenswinstbelasting uit te breiden naar onroerende zaken en alle financiële instrumenten. Hierdoor valt circa 90% van het box 3-vermogen met waardeontwikkeling onder de vermogenswinstbelasting. Alleen voor resterende vermogensbestanddelen zoals verzekeringsproducten, banktegoeden, vorderingen en schulden geldt in 2029 dan nog een vermogensaanwasbelasting. Een volledige vermogenswinstbelasting blijft gepland staan voor invoer in 2030. Box 3 zou er volgens het huidige voorstel de komende jaren als volgt uit komen te zien:
- 2027: huidige regeling (forfait met tegenbewijsmogelijkheid)
- 2028: idem
- 2029: vermogenswinstbelasting en vermogensaanwasbelasting (via novelle)
- 2030 e.v.: volledige vermogenswinstbelasting (via nog in te dienen wetsvoorstel)
Budgettaire dekking via box 2
De Staatssecretaris stelt daarbij een alternatieve dekkingswijze voor de budgettaire effecten van de novelle voor. Hij stelt voor de eerder voorgestelde verlaging van de grens van het heffingsvrij vermogen en heffingsvrij rendement en van het forfait te schrappen en in plaats daarvan de tarieven in box 2 (verder) te verlagen. Waar met Prinsjesdag werd voorgesteld slechts het toptarief te verlagen naar 29,2%, wordt nu voorgesteld zowel het hoge als het lage schijftarief in box 2 (verder) te verlagen. De heffing in box 2 zou er dan de komende jaren als volgt uit komen te zien:
- 2026: lage schijf 24,5%, hoge schijf 31% (schijfgrens € 68.843)
- 2027–2030: lage schijf 23,5%, hoge schijf 29%
- 2031 e.v.: terug naar een hoger tarief
De gedachte hierachter blijft dat de aanmerkelijkbelanghouder op deze manier geneigd is de dividenduitdelingen eerder te doen, wat tijdelijk zorgt voor meer belastingopbrengsten. Daarbij wordt ook vastgehouden aan de met Prinsjesdag voorgestelde gefaseerde verlaging van de grens van de Wet excessief lenen van € 500.000 naar € 100.000 in 2031. Ter zake van dit voorstel is op 4 november door heren Klaver en Dassen overigens een amendement ingediend om het maximumbedrag te verlagen tot € 17.500 en de uitzondering voor eigenwoningschulden te laten vervallen. Zij stellen daarnaast voor een getrapt box 3-tarief in te voeren, waarbij het belastbare inkomen vanaf 80.578 niet langer tegen 36%, maar tegen 45% belast wordt.
Vervolg
De komende tijd zal het Belastingplanpakket, waaronder de ingediende amendementen en de novelle, plenair worden behandeld. Dan zal blijken of, en in welke mate, de voorgestelde plannen ook daadwerkelijk hun uitvoer zullen vinden.
Uiteraard houden we de ontwikkelingen voor u in de gaten. Wenst u advies over wat de voorgestelde wijzigingen inhouden voor uw eigen financiële planning? Neemt u dan contact met ons op.
