Wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap

Het wetsvoorstel dat DGA’s moet beperken om te lenen van de eigen vennootschap is onlangs bij de Tweede Kamer ingediend. Na een eerdere online consultatie van een concept, ligt er nu dus een definitief voorstel vanuit het kabinet. Wij bespreken de impact van dit voorstel en de wijzigingen ten opzichte van de eerdere concept-versie.

DGA mag maximaal € 500k lenen

Vanaf 2023 mogen DGA’s samen met hun partners (ten minste 5% aandelen van een vennootschap) nog maar maximaal € 500.000 lenen van de eigen vennootschap. Het kabinet wil middels dit wetsvoorstel het zogenoemde excessief lenen bij de eigen vennootschap ontmoedigen. Door de huidige coronacrisis zal het wetsvoorstel een jaar later ingaan dan was gepland; in 2023 in plaats van 2022.

Als er per einde van het jaar méér geleend is van de vennootschap, dan wordt dit meerdere belast als fictieve dividenduitkering. Hierover is straks 26,9% inkomstenbelasting verschuldigd. In het concept-voorstel was daarbij nog sprake van dubbele heffing. Als dividend werd uitgekeerd om de te hoge schuld af te lossen, dan was over die dividenduitkering ook 26,9% inkomstenbelasting verschuldigd. In het huidige wetsvoorstel wordt deze dubbele heffing voorkomen.

Als al in een eerder jaar over een hoger saldo aan schulden inkomstenbelasting is betaald, dan geldt die hogere drempel ook voor volgende jaren. Oftewel, is de schuld in het eerste jaar € 1 miljoen, dan moet over € 500.000 belasting worden betaald. Bedraagt de schuld in het jaar erop € 2 miljoen, dan hoeft niet over € 1,5 miljoen maar enkel over € 1 miljoen belasting te worden betaald.

Naast de DGA en hun partner zelf mogen ook andere familieleden niet meer dan € 500.000 bij de vennootschap van de DGA lenen. Als zij wel meer hebben geleend, dan moet ook over dit meerdere 26,9% inkomstenbelasting worden betaald door de DGA.

Uitzondering voor eigenwoningschuld

Het wetvoorstel geldt voor alle schulden die de DGA aangaat bij zijn eigen vennootschap. Echter, voor schulden voor de financiering van de eigen woning is een uitzondering gemaakt. Deze eigenwoningschulden tellen niet mee voor de € 500.000 -drempel. Alle eigenwoningschulden die zijn aangegaan voor 31 december 2022 vallen onder deze uitzondering. Voor eigenwoningschulden bij de eigen vennootschap vanaf 2023 geldt de uitzondering alleen wanneer een recht van hypotheek op de eigen woning is verstrekt aan de vennootschap.

Gevolgen voor u

De maatregel treedt per 1 januari 2023 in werking, maar wij raden aan om nu al uw huidige situatie te bekijken. Als de huidige schulden bij uw vennootschap te hoog zijn, is het verstandig om uw opties te inventariseren. Is aflossing mogelijk? Vormt de schuld (deels) een eigenwoningschuld? Welke andere opties tot voorkoming van de heffing bestaan? Wij zijn u hierbij graag van dienst.

Mocht u hierover vragen hebben, neemt u dan vooral contact met ons op.

 

 

 

Meer informatie?

Martijn van der Kroon
(+31) (0) 6 11 51 03 85
martijn.vanderkroon@cb-more.com

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?

Neem contact op
Deze website maakt gebruik van cookies.
Annuleren